Op een golf van rouw - voorbij goed of fout
Op een golf van rouw — hoe dit boekje ontstond
Soms begint iets niet met een plan, maar met een gesprek dat blijft hangen.
Met een van mijn vriendinnen deel ik gesprekken die bijna vanzelf naar de diepte gaan. Niet omdat ze dieper moeten zijn, maar omdat sommige vriendschappen dat gewoon doen. Ze slaan een laag over en komen meteen bij wat er echt toe doet. Zij kijkt naar het leven vanuit het enneagram, een manier om menselijke drijfveren en patronen te verstaan. Ik kijk systemisch, met aandacht voor verbanden, dynamieken en wat zich tussen mensen afspeelt. Dat systemische kijken leerde ik jaren geleden in een leergang rond systemisch werk en familieopstellingen. “Eens je systemisch kijkt, kan je niet meer anders,” zei onze docente toen. Ze had gelijk. Wat we zien is anders, maar wat we herkennen is vaak hetzelfde.
In een van die gesprekken benoemde mijn vriendin me als type twee: de zorgende. Ze zei iets wat ik toen niet meteen kon plaatsen. Dat mijn winst misschien niet lag in nog meer zorgen, maar in het aanwakkeren van mijn creativiteit. Ik knikte, liet het liggen en ging verder met wat ik kende: zorgen voor mensen rond afscheid, nabij zijn waar het leven breekt.
Maanden later schreef ik me, zonder groot voornemen, in voor een cursus boekbinden bij de gilde in Turnhout. Werken met mijn handen. Papier, draad, ritme. Iets maken dat traag groeit. Het deed deugd. Het proefde naar meer.
In september 2024 schreef ik me in aan de academie in Berchem. Aanvankelijk vooral om mijn hoofd af en toe leeg te maken, om met mijn handen bezig te zijn. Dat lukte. Maar gaandeweg raakte het ook een diepere laag. Ik ontdekte dat boekbinden meer kan zijn dan een ambacht. Dat het ook boekkunst kan worden. Dat vorm, inhoud en betekenis samen mogen bewegen. Twee keer per schooljaar kregen we een vrije opdracht. In het tweede trimester luidde die: goed of fout.
Ik draaide in cirkels, tot ik tijdens een gesprek met een cliënt mezelf plots hoorde zeggen: In rouw bestaat geen goed of fout. Rouw beweegt in golven. Op dat moment viel alles samen. De titel was er. Op een golf van rouw. Voorbij goed of fout.
De voorbije jaren had ik veel geschreven. Zinnen uit gesprekken met rouwenden. Rauw en eerlijk. Met terugval en vooruitgang, soms tegelijk. Ik bracht die teksten samen en liet ze meebewegen met de golf. Niet netjes. Niet lineair. Niet oplossingsgericht. Wel dicht bij wat zich toonde.
Het boek kreeg vorm. Ik liet het lezen aan enkele cliënten. Het waren zij die me aanmoedigden om het niet voor mezelf te houden. Niet groter te maken, wel te laten bestaan. Rond diezelfde tijd kreeg ik aan de academie de feedback dat ik meer mocht spelen. Dat heb ik ter harte genomen. Ik begon te bewegen. Mee te golven.
Om het schrijven en de vorm ernstig te nemen, legde ik mijn werk voor aan Birgit Krols van Boekenbouwer.be — als scherpe spiegel, met oog voor ambacht en afwerking. Het was ook zij die me aanmoedigde om mijn werk minder vrijblijvend te benaderen en het een duidelijke plek te geven: uitgeven, publiceren, het werkelijk delen. Begin december vroeg ik de goedkeuring aan voor mijn eigen uitgeverij. Wat begon als een academieproject, kreeg zo een plek in mijn werk.
Op een golf van rouw bleef niet op zichzelf staan. Terwijl ik eraan werkte, merkte ik hoe rouw vanzelf doorbeweegt. Hoe een golf niet stopt, maar overgaat in leven. Zonder haast, zonder plan. Dat besef nam me mee naar een volgende beweging — een andere golf, die later haar eigen vorm zal krijgen.
Ondertussen voelde ik dat ook iets anders mocht stoppen. Begin november 2025 hakte ik de knoop door en besloot ik te stoppen als begrafenisondernemer. Niet abrupt, wel helder. Mijn lichaam wist het eerder dan mijn hoofd. Ik maakte ruimte. Voor wat raakt. Voor een andere vorm van nabijheid. Zo werd baken en kompas tussen eb en vloed geen idee, maar een richting.
Mijn eerste boekje, Op een golf van rouw — voor bij goed of fout, is handgebonden en voorlopig te vinden via mijn website. Niet als antwoord. Niet als methode. Wel als iets dat naast je mag liggen. Voor wie rouwt en zich afvraagt of het wel juist gaat.
Misschien is dat al genoeg.

